140 x 176 - uitgelicht 5

Een nogal raadselachtig 'dat zelfs de Clarissen uit Megen uit een hoek van het atelier tevoorschijn kwamen' bij de voorbereiding van de tentoonstelling 140 x 176, waren de laatste woorden in mijn blog van 25 februari. Het was ook voor mij een aangename verrassing toen ik de collage JVMeer in Megen uit het rek haalde. De geplakte strookjes in die collage hadden wel veel weg van de stroken waarmee ik op dat moment aan het 'weven' was. Het overkwam me bij een gesprek dat ik met Nadine had over het plakken van papier in collages. Gebruik je daarvoor een waterhoudende lijm dan zet het papier onvermijdelijk uit, om bij het drogen weer te krimpen. Met bobbels tot gevolg. Om dat te voorkomen gebruikte ik daarvoor destijds dubbelzijdige tape. Zo kwam JVMeer in Megen me onverwacht onder ogen.

JVMeer in Megen, 1993-2011

Het is een collage uit 2011. In die tijd zocht ik voor nieuwe schilderingen in de kapel van de Clarissen in Megen naar abstracte beelden. Reproducties van Vermeer scheurde ik in smalle strookjes, die plakte ik op een oude aquarel uit 1993, schilderde er overheen. Vermeers schilderijen hier en daar nog herkenbaar. De verstilde stemming en het prachtige licht van Vermeer pasten goed bij het kloosterleven van de Clarissen (zie daarvoor ook mijn blog Werk geland bij de Clarissen).

Bij het weven met de aan stroken gesneden schilderijen van Willem zag ik geen verband met werk dat ik eerder maakte. Al helemaal niet met de kleine portretten die ik de laatste jaren schilderde. Terwijl onder mijn handen W.M. in Paradisum ontstaat pakken diezelfde handen deze, inmiddels vergeten, collage uit het archief. Zeer verrast dat ook hier stroken van schilderijen, in dit geval JVM (Vermeer signeerde soms met deze initialen), voor mij het materiaal vormden van een nieuw werk.

Alleen al om dit verhaal te kunnen vertellen hangt deze collage nu op de tentoonstelling 140 x 176. En ook omdat het wel weer even uit het archief in het licht mocht komen.

 

Casper ter Heerdt

Casper was er niet bij toen we de titel van de tentoonstelling bedachten. We waren met vier schilders en kozen de maat van Willem's opspanramen als titel. Dat het een maat in centimeters betrof lieten we weg, om het zo abstracter te maken. Was Casper er wel bij geweest, dan had hij vast en zeker de schilders erop gewezen dat hun denken zich kennelijk beperkt tot twee dimensies. We waren mèt hem misschien wel uitgekomen op: 140 x 176 x 5. Maar hij was er niet bij en het werd:

140 x 176

Juist de afwezigheid van de maat van de derde dimensie greep Casper aan om het vlakke ruimte te geven. "Ik kan het nu 'zo dik' maken als ik wil, 140 x 176 x 365 cm kan dus ook". Het heerlijke standpunt van een kunstenaar die van een beperking juist de grenzen opzoekt, om er het liefst overheen te gaan.

Casper ter Heerdt, Human landscape #3

Het eerste beeld dat Casper maakte (sinds januari heeft hij zijn atelier naast mijn woning, ik volg zijn werken van dichtbij) is Human landscape #3. Het vlak van 140 bij 176 heeft dikte gekregen. Nog opvallender is dat er een brede opening is gemaakt, als een gracht. Een loopbruggetje en een hek versterken dat. Is het een plein? Een landschap? Er staat iets als een lange tafel of kast, met openingen in de zijde die op de foto niet te zien is. Er staan twee 'bomen'. Twee smalle openingen geven toegang tot trappen. Die leiden naar een ruimte onder het vlak. Door de openingen in de lange tafel of kast komt het licht ook onder. Bomen groeien naar het licht, weten we. Naar boven.

Dit werk heet Human landscape #3. Er zijn waarschijnlijk ook een #1 en #2. Wat ik zie, is, hoe het sterk belichte vlak zich door de trappen verbindt met de ruimte eronder en door de bomen met de ruimte erboven. Dimensie #2 verbindt zich met dimensie #3.

Casper ter Heerdt, The hermit's office

Ik schrijf dit op Goede Vrijdag. Het is 3 uur in de middag nu. Uit mijn radio klinkt Passiemuziek. Kan er even niet omheen om in The hermit's office het Christelijke kruis te zien. De dag en de muziek zetten me op het verkeerde been. Dit kruis is asymmetrisch, de armen zijn niet even lang. Wat belangrijker is, dit kruis ligt op de grond. Daarmee wordt het een kruispunt. Punt waar twee wegen elkaar kruisen. Of punt van waaruit je vier kanten op kunt. Maar zijn dit wel wegen? Aan de alle vier de uiteinden zijn een paar treden. Daarmee is het meer een podium, een verhoging ten opzichte van de ruimte er omheen. De vloer.

Was het geen Goede Vrijdag geweest nu, dan was ik waarschijnlijk gaan schrijven over het huisje tussen de takken van een boom. Nou ja, een boom? Niet meer dan een takje van een boom. Een trapje leidt naar het huisje. We zijn hier in een kleine wereld. Zelfs in mijn verbeelding kan ik dat huisje nauwelijks in. Het heeft geen openingen. Dit is dan ook het huis van de kluizenaar. Ben ik er welkom? Zijn boom staat, wat dieper gelegen, in het midden van dit kruisvormige podium. De kluizenaar op een podium. Wil hij nou wèl of juist nièt gezien worden?

Casper's beelden nodigen uit tot verhalen en vragen, dat is wel duidelijk.

Casper ter Heerdt, Stage for a shout-out

In Stage for a shout-out tart Casper de begrenzing van de maten uit de titel nog meer. Een ranke ladder van 140 cm op een plankje van 176 cm. De ruimte die het beeld daarmee inneemt is verder helemaal leeg. Op de stoelvorm na en het kegeltje dat vast gemaakt is op de bovenste sport van de ladder.

Casper ter Heerdt, Stage for a shout-out (détail)

Dat kegeltje blijkt een 'roeptoeter' te zijn. De lege ruimte is daarmee ruimte om in te roepen, te schreeuwen zelfs. Maar ook nu, we zijn te groot om in dat kleine toetertje te gaan schreeuwen.

Misschien herinnert de lezer van deze blogberichten zich dat we aan de tentoonstelling  ook een inhoudelijk thema gaven:

de cyclus leven - dood - nieuw leven en verlies en verlangen

Mogelijk is het die lezer ook al opgevallen dat dit niet èèn thema is, het zijn er twee. Het is Casper geweest die verlies en verlangen heeft aangedragen. Ik kan dat wel onthullen, zijn beelden doen dat immers luid en duidelijk. Meer stil nog dan luid.

Ken je het werk van Casper al langer, dan weet je dat de mensfiguur altijd de hoofdrol heeft. Nu zien we geen mensen, wel omgevingen, zonder mensen. We zien vooral de mens afwezig.

 

Arvid Hagen

over een werk dat er niet kwam...

We hebben nog een kunstenaar in het Klooster die ruimtelijk werkt. Arvid Hagen's werk speelt zich af in het grensgebied tussen kunst en architectuur. Klik hier voor zijn site.

Arvid was van het begin af aan betrokken bij de voorbereidingen van de tentoonstelling. Helaas kon hij, doordat veel ander werk had, het beeld dat hij wilde maken niet realiseren. Op het pleintje voor de ingang in de bestrating zou hij een spiegelend vlak maken.

Arvid Hagen, niet uitgevoerd

Vaak als ik daar liep dacht ik aan dit beeld dat er niet kwam. Daardoor was het er toch een beetje. Omdat ik er iets over wilde schrijven vroeg ik Arvid van welk materiaal het zou worden. Dat was zwart water, alleen met windstil weer zou het spiegelen. Spannend, des te meer teleurstellend dat er niet gekomen is...

...of toch wel?

De ziel van het werk van Arvid Hagen dat er niet kwam

Er is op diezelfde plek gedurende de tentoonstelling een lichte plek in de bestrating zichtbaar geworden.  Alsof de ziel van het werk er is verschenen. De foto hierboven nam ik vorige week, de maat van de plek is iets kleiner dan het beeld dat Arvid voor ogen had. Vanmiddag liep ik er langs en zag dat het weer wat kleiner was. Zou het van 140 x 176 cm, aan het begin van de tentoonstelling, aan het krimpen zijn, tot het na het laatste weekend helemaal verdwenen is?

 

Finissage met DJ Douwe

Zondag 8 april vanaf 15.30 uur draait DJ Douwe (ook uit het klooster)

een mix van soul, jazz en bossanova

voor voorproefje klik hier

 


140 x 176 - uitgelicht 4

Klee en Muijs

Ik schreef onlangs over Klee en de bijNu als vervolg daarop Klee en Muijs. Niet dat ik verwacht dat Willem Muijs iets had met het werk van Paul Klee. Lees zijn net verschenen autobiografie Willem Muijs, Werdegang er maar op na. Maar in mijn hoofd hebben ze elkaar wel degelijk ontmoet. Dat kwam door het vlechten met die smalle strookjes, waar ik de afgelopen weken wat van liet zien. Vooral toen ik als variatie diagonaalsgewijs werkte. Het rood met okergeel geblokte 'speelbord' uit Assyrisch spel met bij en pion (naar Paul Klee) had ik altijd nog eens willen maken. Vooral na de toevoeging van de schaakpion onder in de lijst leek het me mooi om als quasi-archeoloog het raadsel van dat Assyrische spel van bijbehorende attributen te voorzien.

Assyrisch spel met bij en pion, 2004/2017 (détail)

Zo'n speelbordje maken is een heel precies werkje, het kwam er niet van. Met de gevlochten diagonalen was het echter zo gedaan. De okergele stroken zijn resten van de schilderijen van Willem, de rode heb ik er zelf voor gemaakt. De donkerblauwe voor de andere twee speelbordjes ook.

Ik had nog wat van die prachtige schaakstukjes die Nadine uit Bulgarije had meegenomen. Heel dun gedraaide stukken, het schijnt een Russisch model te zijn. Ze breken daardoor makkelijk, met een spijkertje erin kun je er toch nog mee spelen.

P.K. ~ W.M. en ik spelen Assyrisch (2), 2018

 

P.K. ~ W.M. en ik spelen Assyrisch (1), 2018

 

P.K. ~ W.M. en ik spelen Assyrisch (3), 2018

Zo zijn de drie werken P.K. ~ W.M. en ik spelen Assyrisch ontstaan. De speelborden zijn als het ware uit het schilderij gekomen. Alsof dit de borden waren waarop men in Assyrië het spel speelde. De zwarte achtergrond in het schilderij leidde tot de brede zwarte lijsten. Daarop namen de speelstukken plaats.

Vooral bij P.K. ~ W.M. en ik spelen Assyrisch (3) was het maken van de lijst een heel gepuzzel. Hoe klem je die vreemde hoeken bij het lijmen?

Timmermanskunst

Het formaat van de geweven delen is 140 x 176 mm. Door ze te kantelen (1) of te vervormen (3) worden de maten in hoogte en breedte groter. Met de dikke zwarte lijst waarop de schaakstukjes staan, is de beperking van de maat helemaal doorbroken. Zo onttrekken deze werkjes zich aan de titel van de tentoonstelling.

Zonder enige kennis van spelregels hebben P.K. ~ W.M. en ik een paar potjes van dat mysterieuze Assyrische spel gespeeld!

 

Noor Roelofs en Mike Roelofs

Dichter Noor Roelofs ging de uitdaging aan om de titel van de tentoonstelling, 140 x 176, te gebruiken als vertrekpunt voor een gedicht. Ik vond het prachtig toen ik dat hoorde, maar kon me er eerlijk gezegd nauwelijks iets bij voorstellen. Wat kan een dichter nou met cijfers of maten? Des te meer was ik verrast en ontroerd om het resultaat te horen. Mike Roelofs componeerde er de pianoklanken bij. Ik was geraakt door de schoonheid, maar misschien nog wel meer door de vanzelfsprekendheid van de inhoud. Het leek ineens zo logisch, dit is een gedicht dat eenvoudigweg voortkomt uit de opspanramen van Willem.

Luister zelf:

Noor Roelofs, 140 x 176, dichtraam, détail

 

Tuinhuisje met Noor Roelofs, 140 x 176 en Mike Roelofs, soundscape

Het klinkt uit het smalle tuinhuisje onder de notenboom voor De Nieuwe Gang.

Op de tentoonstelling is het gedicht te lezen op een van de spanramen die door Willem doorgezaagd waren. Noor heeft de delen met scharniertjes weer aan elkaar gezet, waardoor ze kunnen draaien. Het hangt met een lichte knik aan de muur, komt een stukje naar voren. Zo betreedt het raam de derde dimensie.

Op de koptelefoons die erbij hangen zijn gedicht en soundscape te beluisteren terwijl je meeleest.

Noor Roelofs, 140 x 176, dichtraam

Al bijna zesendertig jaar woon en werk ik in het Beuningse klooster. Niet eerder heb ik zo'n inspirerende collegialiteit ervaren als bij de voorbereiding van deze tentoonstelling. Zo heeft ook bij Noor de samenwerking haar geprikkeld. Met dat scharnierende opspanraam heeft ze haar gedicht tot beeld gemaakt. Zij noemt het een dichtraam. Het is het enige raam op de tentoonstelling dat niet bespannen is met doek of papier, maar open is gebleven. Het dichtraam is een open raam!

 

Performance Noor Roelofs en Mike Roelofs

Op tweede paasdag 2 april om 15.00 u zullen Noor en Mike live 140 x 176 en ander werk tot klinken brengen.

De Nieuwe Gang, Kloosterstraat 7, 6641 KW Beuningen

 


140 x 176 - uitgelicht 3

Nog zo'n klein weefwerkje, ik kon het net maken van de kleurige stroken die ik over had van 'W.M. in Paradisum'. De kleuren nauwelijks bewust bij elkaar gekozen leveren een beeld op dat me doet denken aan Paul Klee, schilderijen met de gekleurde vierkanten uit de tijd dat hij docent aan het Bauhaus was. Niet raar dat ik aan Klee moet denken, al sinds ik zo'n vijftig jaar geleden zijn werk leerde kennen houd ik van zijn werk. Ik heb zo ongeveer een bibliotheek met boeken over hem en schreef in mijn blog eerder over hem in het stukje Klee en de bij.

Volgende week bespreek ik hoe "Klee en Muijs" mij tot nieuw werk hebben geïnspireerd.

Rijnlan pijla, 140 x 176 mm. 2018

De wonderlijke titel 'Rijnla pijla' komt van de derde kunstenaar, die bij dit werk letterlijk op de achtergrond een rol meespeelde. Klaus van de Locht's notitie met rood krijt, door mij gesneden uit het karton van een map waarin hij tekeningen opborg van zijn serie 'Rijnland pijnland'. Klaus maakte een schrijffout en door mijn uitsnede viel de laatste letter van Rijnland weg.

Rijnlan pijla, 140 x 176 mm. 2018

 

José Seeling

Toen ik in 1982 in het klooster kwam wonen, had José daar al een jaar of langer een atelier in de kamer van de hoofdzuster van de school. Ze werkte in die tijd met pastelkrijt aan nachtlandschappen. Diep zwart, met een fluwelig en kwetsbaar oppervlak. Je blik verdween zowat in het donker, steeds meer nuances vindend. Ik herinner me de vloer in dat atelier, onder de ezel lag een strook intens zwart poeder, het neergedwarrelde stof van het eindeloos aangebrachte zwarte krijt. Ik dacht er weer aan door het witte papierstof in het atelier van Nadine, waar ik twee weken geleden over schreef.

Door de zwarte en witte stoflaagjes in hun ateliers besef ik hoe sterk José en Nadine elkaars tegenpolen zijn. Niet alleen in de kleur van hun atelierstof.

José Seeling, vier maal 'Weurt'

Aan het begin van de tentoonstelling hangen van José vier kleine schilderijtjes. Vier keer hetzelfde landschap, met dezelfde titel, 'Weurt'. Je denkt al gauw dat het de vier seizoenen zijn. Maar als je beter kijkt, blijkt dat niet te kloppen. Ze zijn alle vier in dezelfde winter geschilderd. Je ziet steeds hetzelfde uitzicht uit haar atelier, de boomgaard van haar oom. Met ander weer, ander licht, het groen dat het voorjaar aankondigt. Het zijn er vier uit een serie van zevenenveertig, gemaakt gedurende een jaar.

José heeft aan vier seizoenen niet genoeg. Ik denk aan de schilderijtjes die ze maakte van een stukje uiterwaard, ook bij Weurt. Een meidoorn, een poeltje. Ze kwam er elke dag langs, op de fiets over de dijk van Beuningen naar haar atelier in Weurt. Een jaar lang schilderde ze dat zelfde stukje uiterwaard. Elke dag weer zag ze hoe anders het was, nam het in haar op, om er op die dag een schilderij van te maken. Al die schilderijen bij elkaar maken het verstrijken van de tijd zichtbaar. In alle eenvoud, door heel precies de dagelijkse veranderingen in weer en licht, in water en lucht te noteren.

José Seeling, 'Boomgaard van mijn oom', 15 panelen

De vijftien paneeltjes 'Boomgaard van mijn oom', zijn opnieuw observaties van de veranderingen in het landschap. Nu is het geen landschap zoals we gewend zijn, land - horizon - lucht. We zien de boomgaard van bovenaf.

Tussendoor iets over José: bij de oom van de boomgaard had José vanaf 1990 haar atelier. Tot ome Thee, zo spreekt ze zijn naam uit, in 2010 overleed. De kleine blokjes, steeds in de rechter bovenhoek van de schilderijen, zijn het huis en de schuur. De kleinste van die twee het huis, geen groot huis, op de verdieping een kleine kamer, de plek waar José volhardend werkte aan het noteren van haar observaties.  In Weurt geboren, is zij diep geworteld in die paar vierkante kilometer tussen Beuningen en Weurt.

José Seeling, 'Boomgaard van mijn oom'

Eén schilderij van een boomgaard van bovenaf gezien zou ik gewoon een plattegrond noemen. Maar bij zo'n reeks, waarin opnieuw het verstrijken van de de tijd zichtbaar wordt, is het anders. Alsof er kaarten, plattegronden naast elkaar gelegd zijn die de veranderingen over jaren laten zien. De geschiedenis van een plek tonen. Met haar blik van boven, meer nog een drone- dan een helikopterview, voegt José een dimensie toe aan het noteren van het verstrijken van de tijd. Bij de subtiele veranderingen van dag tot dag voegen zich grote veranderingen. Veranderingen die zich over jaren uitstrekken. Zijn de eerste observaties die van natuurlijke processen, de laatste hangen samen met de mensen, met leven en sterven. De vijftien panelen 'Boomgaard van mijn oom'  tonen de kleine veranderingen in de natuur en doen me de grote veranderingen in mensenlevens beseffen.