Portretten van verf

Mijn atelier nu: werk in wording, schilderijen die klaar zijn, oud werk. Op het eerste gezicht heeft het allemaal niet zoveel met elkaar te maken. Omdat ik de laatste jaren steeds meer reageer op wat er zoal op mijn pad komt, steekt twijfel soms de kop op. Zit er wel een rode draad in wat ik doe? Daarom was ik blij met de reactie van collega Nico Huijbregts op het schilderij met de pigmenten en andere stoffen uit de Sikkens pigmentenkast: "Eigenlijk zijn dit ook allemaal portretten".

Atelier 22 oktober 2018 met links een onvoltooid portret van W.J.O., op de grote ezel het schilderij met materialen uit de Sikkens pigmentenkast, op de kleine ezel een werk uit 2007 gemaakt met de verf uit de nalatenschap van T.T.D. en rechtsboven een fragment van een van de doeken van Triptiek voor W.M.

Eerder was ik al in de laden met oud werk op zoek gegaan naar een schilderij dat ik zo'n jaar of tien geleden maakte met verf uit een erfenis. Aquarelverf waarvan sommige uitgedroogd in de tubes. Al die verf heb ik tot één vlek verwerkt, met daarin de droge schilfers en soms de vorm van de tube nog herkenbaar. Ik zette dat werk op de ezel naast het schilderij waar ik nu aan bezig ben. Ze hebben met elkaar te maken dacht ik, omdat het uitgangspunt bij beide hetzelfde is: verf. Maar tot mijn verrassing zag ik iets wat ik eerder niet had gezien, het werk uit 2007 was net een portret. Met dit werk ontdekte ik een schakel tussen de long stay portretten en de vlekken uit de Sikkens pigmentenkast.

'Libera me', voor T.T.D., 2007; détail

Met de materialen uit de pigmentenkast een schilderij van maken van die pigmentenkast, stuitte op een hindernis. De pigmenten, vooral aan de linkerkant, laten zich vrij eenvoudig tot verf verwerken, maar aan de rechterkant zitten er nogal wat bindmiddelen, harsen, siccatieven, vulstoffen e.d. Die naschilderen wilde ik niet, dus daar moest ik iets anders voor bedenken.

De Sikkens pigmentenkast
De Sikkens pigmentenkast
Pigmenten, harsen en vulstoffen
Pigmenten, harsen en vulstoffen

De oplossing bleek eenvoudig: zoveel mogelijk alles zo puur mogelijk uit de potjes op het doek aanbrengen. Wel moest ik nogal wat vast zittende dekseltjes verhitten om ze open te krijgen, vaste stoffen vloeiend maken door verwarmen of met het juiste oplosmiddel.

Zo leverde zelfs siccatief, een middel om olieverf sneller te laten drogen, puur gebruikt een mooie vlek op.

Siccatief/cobaltnaftenaat
Siccatief/cobaltnaftenaat

Hieronder enkele potjes en de vlekken die ik met de inhoud ervan maakte.

chromaatgeel middel pigment chromaatgeel middel
standolie standolie en rauwe lijnolie
cumaronhars cumaronhars
cumaronhars in ethanol cumaronhars

Vier maal cumeronhars: het potje, de inhoud, in het oplosmiddel ethanol en de nog natte vlek.

Research

Een en ander vereiste wel wat studie en onderzoek. In de masterscriptie over de pigmentenkast van Lise Wolfert, waar ik al eerder over schreef, vond ik de meeste informatie om de onbekende materialen te identificeren. De daarin besproken boeken voor het schildervakonderwijs van J.A.P. Meere had ik nog uit mijn eigen opleiding. Ze bleken nuttig, vooral voor de informatie over harsen en vernisbereiding.

Mijn pigmentenbibliotheek
Mijn pigmentenbibliotheek

In maart publiceerde uitgeverij Vantilt (gaf ook mijn boek met tbs-portretten uit) een prachtige uitgave over het Hafkenscheidkabinet uit het Teylersmuseum.

Met dat Hafkenscheidkabinet maakte ik lang geleden al kennis. Het was denk ik 1995, ik had een afspraak in de bibliotheek van het Teylersmuseum om een 18de eeuws boek over kristallografie te bestuderen. De auteur van dat boek had van de kristallen die mijn belangstelling hadden ook perenhouten modellen gemaakt. Omdat ik die graag wilde zien, nam men mij mee naar de kamer van de betreffende conservator. Bij mijn uitleg waarom ik daar zo in geïnteresseerd was, vertelde ik dat ik schilder was... "O, we hebben net iets binnen gekregen wat u wellicht ook zal interesseren". Ik werd meegenomen naar een klein kamertje in het depot. Daar stond dat Hafkenscheidkabinet! Een kast met negentien laden met een collectie historische pigmenten. Ja, wat doe je dan, onverwacht oog in oog te staan met laden vol schatten. Veel verder dan de vraag of ik het geel van de guttegom en het blauw van de lapis lazuli mocht zien kwam ik niet. De betreffende laden werden voor me geopend.

Hafkenscheidkabinet, Teylers Museum, Haarlem
Hafkenscheidkabinet, Teylers Museum, Haarlem

Hieronder lade 11 met daarin drie kleine flesjes: kobaltblauw, smalt en het zeer kostbare ultramarijn gemaakt van lapis lazuli.

Lade 11 van het Hafkenscheidkabinet, détail
Lade 11 van het Hafkenscheidkabinet, détail

Ik was juist zo geïnteresseerd in het blauw van de lapis lazuli, omdat ik een paar jaar daarvoor zelf pigment maakte van die halfedelsteen. Dat was een gecompliceerd klusje. Met een hamer en een vijzel de steen tot stof maken viel wel mee. Maar dat stof werd een mengsel van de vooral grijze bestanddelen met een weinig van het intense blauw. In de historische handboeken las ik hoe die te scheiden, maar dat was behoorlijk ingewikkeld. Ik bedacht zelf een eenvoudige methode, gebaseerd op het verschil van het soortelijk gewicht van het grijs en het blauw. Het blauw bleek het zwaarst.

Eigen fabrikaat blauw van lapis lazuli
Eigen fabrikaat blauw van lapis lazuli

Hoe vaker ik het mengsel in water liet bezinken, des te blauwer werd het onderste laagje. Op de foto in het linkse potje het kleine beetje blauw, in de andere flesjes de rest. In alle verhandelingen over historische pigmenten kun je lezen dat dit blauw duurder was dan goud. In contracten voor schilderopdrachten werd zelfs vastgelegd hoeveel oppervlak in de schildering met dit lapis lazuli blauw beschilderd diende te worden.

Als klap op de vuurpijl kreeg ik op 2 september een mailtje uit de VS van een verzamelaarsechtpaar van mijn werk met een link naar een artikel in The New Yorker van dat weekend, het onderwerp: de grootste pigmentcollectie ter wereld, The Forbes Pigment Collection. Het artikel, geschreven door Simon Schama, bevat veel aanknopingspunten voor verder zoekwerk. Zo ontdek ik dat de directeur van het instituut dat die collectie beheert, Narayan Khandehar, in mei 2017 in Rotterdam de Mondriaan Lezing hield bij de uitreiking van de Sikkensprijs (!) aan Hella Jongerius. En, dat er bij die gelegenheid het boekje Collecting Colour  werd uitgegeven over de Forbes collectie door ArtEZ Press. Uitverkocht helaas, maar na speuren toch gevonden. Honderdacht schitterende foto's van flesjes en potjes met pigment.

Een andere publicatie An Atlas of Rare & Familiar Colouuitgegeven door The Harvard Art Museum bleek ook uitverkocht. Maar mijn Amerikaanse contact (opmerkelijk genoeg tot dan toe niet op de hoogte van mijn huidige pigmentenavontuur) spoorde nog een exemplaar voor me op. Dat kreeg ik vorige week van ze opgestuurd. Ook dit boek met een enorme hoeveelheid foto's uit de collectie van meer dan 3000 pigmenten. In de inleiding beschrijft Victoria Finlay, die eerder een heerlijk boek publiceerde over haar zoektocht naar kleur, hoe het is om zo'n mooie collectie te mogen bezoeken:

Last month I visited the 1707 Marsh' Library in Dublin. The books were protected by glass but even reading the titles you could be drawn into infinite worlds of imagination. Nineteenth century explorations down the Niger and to the Pacific Islands; the first editions of the novelist Charles Dickens and the satirist Jonathan Swift ...; a pharmacopoeia; books of plants and spells and stars. The titles and the cracked, worn leather of the bindings had the power to transport the visitor instantly to the worlds created and narrated by men and women of the past.

The Forbes Pigment Collection is similar. The bottles and flasks are like the spine of books that most of us cannot ever open. Yet it is enough to stand in front of them for a moment of gaze, or even see them from a distance from a gallery far below (next time I go to the Harvard Art Museums, even if I don't have another invitation backstage, I'm bringing binoculars) or see the stunning pictures in this very book to be transported instantly into a different shimmering place.

Het is beslist de moeite waard de linkjes naar de genoemde boeken te openen, zelfs door de daar zichtbare foto's kun je al iets gewaarworden van de magische werking van kleurige stoffen in flesjes, buisjes en potjes.


Museum het Valkhof - De Nieuwe Gang - werkplaats

Ga kijken

In Museum het Valkhof is vrijdagavond onder overweldigende belangstelling het boek 99+1 gepresenteerd en de bijbehorende tentoonstelling geopend. Er waren meer dan 1000 gasten. Ik kan alleen maar zeggen, ga zelf kijken in het museum en koop het boek. Mijn verwachtingen waren hoog, maar ze zijn overtroffen. Op de tentoonstelling 99 kunstwerken van evenzoveel kunstenaars. Zeer divers, zowel van techniek als van visie. Toch is er op een of andere manier een samenhang, die er natuurlijk uit bestaat dat Nico Huijbregts er door geraakt moest worden om er in het boek over te kunnen schrijven. Het is zijn hart dat deze tentoonstelling doet kloppen. Ik ben niet de enige onder de velen die dit de mooiste tentoonstelling in het bestaan van Museum het Valkhof vind.

Ga zelf kijken en trek er zeker twee uur voor uit. Koop vooral ook het boek, alle 99 werken staan erin met Inge Hondebrink's foto's van de kunstenaars in hun ateliers. Het is de € 49,50 meer dan waard. Van Nico's teksten had ik er al een paar mogen lezen. Stuk voor stuk juweeltjes. Mijn tip: niet meer dan vier, hooguit vijf, achter elkaar lezen. Langzaam en lang genieten.

Opening 99+1 in Museum het Valkhof. foto © De Gelderlander

Natuurlijk was ik nieuwsgierig hoe mijn bijdrage, de aquarel Johannes hoort, zou hangen. De laatste twee van de zeven zalen hebben donkergrijze wanden. Daar hangt mijn gele werk prachtig naast een schilderij van Theo Elfrink. Aan de andere zijde geflankeerd door een werk van collega Frans Drummen. Ik had dat niet verwacht, dat het zo fijn aanvoelt als je je werk ziet naast dat van kunstenaars waar je van houdt.

zaaloverzicht met mijn aquarel 'Johannes hoort' en werk van Theo Elfrink, Noëlle Koppers, Theodora Kotski en Keiko Sato. foto © Keiko Sato

Kom naar De Nieuwe Gang

Ook in De Nieuwe Gang wordt mijn werk geflankeerd door gewaardeerde collega's: Harrie Gerritz en Judit Hettema. Deze tentoonstelling, 99+1 revisited, is min of meer klaar voor de opening op zondag 17 juni om 15.00 uur (voor informatie klik hier). Van meer dan 75 van de 99 kunstenaars uit het boek en de Nijmeegse tentoonstelling is er een werk. Dat is veel voor de ruimte maar zeker niet teveel. Er is voldoende lucht en dezelfde adem, die ik hierboven al het kloppen van Nico's hart noemde.

Als je komt, neem dan je portemonnee mee of laat hem juist thuis. Want ik waarschuw je, de tentoonstelling maakt hebberig. Alle werken zijn te koop!

De Nieuwe Gang 99+1 revisited met mijn aquarel 'Johannes ziet iets als in een andere wereld' en er naast werk van Harrie Gerritz,

 

In het glas van 'Johannes ziet iets als in een andere wereld' weerspiegelt werk van Judit Hettema en Gerlinde Habekotté

Welkom

Museum het Valkhof organiseert een aantal atelierroutes. Op 24 juni kun je ook mijn atelier bezoeken (voor informatie klik hier). Je kunt dan zien waar ik nu mee bezig ben, de kist met mijn Dante aquarellen staat open, ik haal werk uit het rek als je meer wilt zien, boeken liggen ter inzage en zijn te koop, ik beantwoord je vragen (als ze niet te ingewikkeld zijn) en het kan bijna niet anders dan dat er mooie gesprekken ontstaan. Bovendien, besluit je naar aanleiding van dit atelierbezoek dat je een werk wilt verwerven dan krijg je 20 % korting.

Kortom, je bent welkom.


99+1 in twee tentoonstellingen

Het is zover, 99+1 Vrije kunst in Nijmegen nadert haar voltooiing. Zeven jaar werkte Nico Huijbregts aan een groots project. Het begon met schrijven over kunstwerken van collega's. In 2011 schreef hij een poëtische tekst over mijn aquarel Johannes hoort (klik hier om die te zien). Honderd kunstwerken van evenzoveel kunstenaars zou hij beschrijven. Met vormgever Pascale Compagnen zocht hij naar een vorm om die teksten te bundelen en presenteren. In een doos, in delen te verschijnen, al dan niet met afbeeldingen van de kunstwerken erbij. Nico's idee was aanvankelijk dat zijn teksten, zonder het betreffende werk ernaast, bij de lezer een nieuw beeld zouden oproepen.

Honderd keer een klik met een kunstwerk maken, honderd keer met de kunstenaar in contact over het plan, honderd ateliers bezoeken, honderd keer langdurig kijken..... op indrukken kauwen en herkauwen..... en honderd teksten schrijven.

Langzaam ontwikkelde het tot een project, met als afronding een monumentaal boek en een tentoonstelling van de beschreven kunstwerken in Museum het Valkhof. Fotograaf Inge Hondebrink had zich bij Nico en Pascale gevoegd, haar wens portretten te maken van Nijmeegse kunstenaars paste naadloos. In hun ateliers fotografeerde zij alle kunstenaars. Het werden er negenennegentig. De honderdste werd +1, "de +1 in de titel verwijst naar de onvolmaaktheid van het getal 99: de keuze is subjectief, er is voor iedereen ongetwijfeld een kunstwerk dat kan worden toegevoegd". Zo is voor mij de wand met negenennegentig portretfoto's van Inge Hondebrink het honderdste kunstwerk.

Nico Huijbregts met 'zijn' boek 99+1

Op 8 juni is in Museum het Valkhof de opening van de tentoonstelling 99+1 Kunst van eigen bodem en zal het boek gepresenteerd worden. Vanaf 9 juni open voor publiek. Hieronder de uitnodiging met daarop een van de portretten van Inge.

 

 

Op 24 juni zal ik mijn atelier openstellen voor deelnemers aan de door het museum georganiseerde atelierroute (klik hier voor meer informatie).

Die atelierroute leidt je naar de tweede tentoonstelling: 99+1 revisited in De Nieuwe Gang in Beuningen. Mijn atelier ligt namelijk aan de gang.

Galerie De Nieuwe Gang toont van 76 van de 99 deelnemende één werk en organiseert op drie zondagmiddagen ontmoetingen met kunstenaars (klik hier voor informatie).

Op zondag 17 juni om 15:00 uur wordt 99+1 revisited geopend door Jan Hardeveld.