Nooit uit de lade geweest 1

"Je aquarellen vind ik toch sterker". Een aantal keer was dat het commentaar op tentoonstellingen van mijn werk met olieverf. Ik begreep die voorkeur voor mijn aquarellen wel. Die zijn in technische zin uitzonderlijk, zeer veel lagen, diep donker, soms weer licht eroverheen. Heel anders dan wat men van een aquarel verwacht: transparante verf met het wit van het papier er doorheen zichtbaar. Ik heb me in de keuze van mijn materiaal nooit iets van deze opmerkingen aangetrokken, werkte met olieverf omdat ik juist nog meer substantie in de verf wilde. Ook nu weer, ik heb een flinke voorraad grote tubes olieverf ingeslagen. Grote plannen, later dit jaar meer daarover...

 

Maar voor de liefhebber, hieronder een aquarel uit 1991.

Substances Terreuses, Fig. 122

Het is er eentje uit de serie die ik maakte naar aanleiding van de vormen van toermalijn-kristallen. De verschillende kleuren in één steen en de geometrie; de transparantie, alsof het  licht gevangen is in de steen, zijn de aspecten die ik vertaalde in het vloeiende en doorzichtige van de waterverf. De precieze tekening van de kristalvorm, met zeer zacht potlood, een beetje vettig, stuurde min of meer de vloeiende, langzaam drogende verf. Alsof ik het niet zelf maakte. De verf, niet veel meer dan gekleurde stof in water, het vloei- en droogproces, het bezinken van de zwaardere pigmentdeeltjes, het aantrekken en afstoten van het vet in de potloodlijnen. Beeld van een onstaansproces van zowel de kristallijne steen als van de aquarel daarvan.

In de lades in mijn atelier liggen stapels van deze aquarellen, veel daarvan hebben mijn atelier nooit verlaten. Bij het samenstellen van tentoonstellingen moet je altijd selecteren op een samenhangend en gevarieerd geheel. Als twee aquarellen veel op elkaar lijken, dan kun je er beter maar een van laten zien. Het werk dat in de lade blijft hoeft daarom niet slechter te zijn. Het is me vaker overkomen dat ik verrast ben door wat ik er tegen kom. Vergeten dat ik het had of dat ik twintig of dertig jaar later andere kwaliteiten in het werk kan zien dan destijds.

Een plan: een aantrekkelijk aanbod

Het komend jaar ga ik elke maand een aquarel opdiepen uit de lades en laat die zien op mijn blog en op de site. Voor een aantrekkelijke prijs is dat werk te koop, een aantal weken, tot het volgende werk uit de lade tevoorschijn komt. Dus de aquarel van hierboven:

  • Substances Terreuses, Fig. 122 ; 1991
  • potlood en aquarel op handgeschept papier (Meirat)
  • 36 x 26 cm
  • € 1000,- (galerieprijs), € 750,- (atelierprijs)
  • deze maand € 500,-  (incl. 9% BTW, deze aanbieding geldt voor het niet ingelijste werk tot volgende maand een nieuw werk aangeboden wordt)

 


De Kaliber Cultuurprijs 2018

Van de vijf genomineerden voor De Kaliber Cultuurprijs was ik er een. En de winnaar is: ................ klik hier als je wilt zien wie dat is geworden.


Portretten van verf

Mijn atelier nu: werk in wording, schilderijen die klaar zijn, oud werk. Op het eerste gezicht heeft het allemaal niet zoveel met elkaar te maken. Omdat ik de laatste jaren steeds meer reageer op wat er zoal op mijn pad komt, steekt twijfel soms de kop op. Zit er wel een rode draad in wat ik doe? Daarom was ik blij met de reactie van collega Nico Huijbregts op het schilderij met de pigmenten en andere stoffen uit de Sikkens pigmentenkast: "Eigenlijk zijn dit ook allemaal portretten".

Atelier 22 oktober 2018 met links een onvoltooid portret van W.J.O., op de grote ezel het schilderij met materialen uit de Sikkens pigmentenkast, op de kleine ezel een werk uit 2007 gemaakt met de verf uit de nalatenschap van T.T.D. en rechtsboven een fragment van een van de doeken van Triptiek voor W.M.

Eerder was ik al in de laden met oud werk op zoek gegaan naar een schilderij dat ik zo'n jaar of tien geleden maakte met verf uit een erfenis. Aquarelverf waarvan sommige uitgedroogd in de tubes. Al die verf heb ik tot één vlek verwerkt, met daarin de droge schilfers en soms de vorm van de tube nog herkenbaar. Ik zette dat werk op de ezel naast het schilderij waar ik nu aan bezig ben. Ze hebben met elkaar te maken dacht ik, omdat het uitgangspunt bij beide hetzelfde is: verf. Maar tot mijn verrassing zag ik iets wat ik eerder niet had gezien, het werk uit 2007 was net een portret. Met dit werk ontdekte ik een schakel tussen de long stay portretten en de vlekken uit de Sikkens pigmentenkast.

'Libera me', voor T.T.D., 2007; détail

Met de materialen uit de pigmentenkast een schilderij van maken van die pigmentenkast, stuitte op een hindernis. De pigmenten, vooral aan de linkerkant, laten zich vrij eenvoudig tot verf verwerken, maar aan de rechterkant zitten er nogal wat bindmiddelen, harsen, siccatieven, vulstoffen e.d. Die naschilderen wilde ik niet, dus daar moest ik iets anders voor bedenken.

De Sikkens pigmentenkast
De Sikkens pigmentenkast
Pigmenten, harsen en vulstoffen
Pigmenten, harsen en vulstoffen

De oplossing bleek eenvoudig: zoveel mogelijk alles zo puur mogelijk uit de potjes op het doek aanbrengen. Wel moest ik nogal wat vast zittende dekseltjes verhitten om ze open te krijgen, vaste stoffen vloeiend maken door verwarmen of met het juiste oplosmiddel.

Zo leverde zelfs siccatief, een middel om olieverf sneller te laten drogen, puur gebruikt een mooie vlek op.

Siccatief/cobaltnaftenaat
Siccatief/cobaltnaftenaat

Hieronder enkele potjes en de vlekken die ik met de inhoud ervan maakte.

chromaatgeel middel pigment chromaatgeel middel
standolie standolie en rauwe lijnolie
cumaronhars cumaronhars
cumaronhars in ethanol cumaronhars

Vier maal cumeronhars: het potje, de inhoud, in het oplosmiddel ethanol en de nog natte vlek.

Research

Een en ander vereiste wel wat studie en onderzoek. In de masterscriptie over de pigmentenkast van Lise Wolfert, waar ik al eerder over schreef, vond ik de meeste informatie om de onbekende materialen te identificeren. De daarin besproken boeken voor het schildervakonderwijs van J.A.P. Meere had ik nog uit mijn eigen opleiding. Ze bleken nuttig, vooral voor de informatie over harsen en vernisbereiding.

Mijn pigmentenbibliotheek
Mijn pigmentenbibliotheek

In maart publiceerde uitgeverij Vantilt (gaf ook mijn boek met tbs-portretten uit) een prachtige uitgave over het Hafkenscheidkabinet uit het Teylersmuseum.

Met dat Hafkenscheidkabinet maakte ik lang geleden al kennis. Het was denk ik 1995, ik had een afspraak in de bibliotheek van het Teylersmuseum om een 18de eeuws boek over kristallografie te bestuderen. De auteur van dat boek had van de kristallen die mijn belangstelling hadden ook perenhouten modellen gemaakt. Omdat ik die graag wilde zien, nam men mij mee naar de kamer van de betreffende conservator. Bij mijn uitleg waarom ik daar zo in geïnteresseerd was, vertelde ik dat ik schilder was... "O, we hebben net iets binnen gekregen wat u wellicht ook zal interesseren". Ik werd meegenomen naar een klein kamertje in het depot. Daar stond dat Hafkenscheidkabinet! Een kast met negentien laden met een collectie historische pigmenten. Ja, wat doe je dan, onverwacht oog in oog te staan met laden vol schatten. Veel verder dan de vraag of ik het geel van de guttegom en het blauw van de lapis lazuli mocht zien kwam ik niet. De betreffende laden werden voor me geopend.

Hafkenscheidkabinet, Teylers Museum, Haarlem
Hafkenscheidkabinet, Teylers Museum, Haarlem

Hieronder lade 11 met daarin drie kleine flesjes: kobaltblauw, smalt en het zeer kostbare ultramarijn gemaakt van lapis lazuli.

Lade 11 van het Hafkenscheidkabinet, détail
Lade 11 van het Hafkenscheidkabinet, détail

Ik was juist zo geïnteresseerd in het blauw van de lapis lazuli, omdat ik een paar jaar daarvoor zelf pigment maakte van die halfedelsteen. Dat was een gecompliceerd klusje. Met een hamer en een vijzel de steen tot stof maken viel wel mee. Maar dat stof werd een mengsel van de vooral grijze bestanddelen met een weinig van het intense blauw. In de historische handboeken las ik hoe die te scheiden, maar dat was behoorlijk ingewikkeld. Ik bedacht zelf een eenvoudige methode, gebaseerd op het verschil van het soortelijk gewicht van het grijs en het blauw. Het blauw bleek het zwaarst.

Eigen fabrikaat blauw van lapis lazuli
Eigen fabrikaat blauw van lapis lazuli

Hoe vaker ik het mengsel in water liet bezinken, des te blauwer werd het onderste laagje. Op de foto in het linkse potje het kleine beetje blauw, in de andere flesjes de rest. In alle verhandelingen over historische pigmenten kun je lezen dat dit blauw duurder was dan goud. In contracten voor schilderopdrachten werd zelfs vastgelegd hoeveel oppervlak in de schildering met dit lapis lazuli blauw beschilderd diende te worden.

Als klap op de vuurpijl kreeg ik op 2 september een mailtje uit de VS van een verzamelaarsechtpaar van mijn werk met een link naar een artikel in The New Yorker van dat weekend, het onderwerp: de grootste pigmentcollectie ter wereld, The Forbes Pigment Collection. Het artikel, geschreven door Simon Schama, bevat veel aanknopingspunten voor verder zoekwerk. Zo ontdek ik dat de directeur van het instituut dat die collectie beheert, Narayan Khandehar, in mei 2017 in Rotterdam de Mondriaan Lezing hield bij de uitreiking van de Sikkensprijs (!) aan Hella Jongerius. En, dat er bij die gelegenheid het boekje Collecting Colour  werd uitgegeven over de Forbes collectie door ArtEZ Press. Uitverkocht helaas, maar na speuren toch gevonden. Honderdacht schitterende foto's van flesjes en potjes met pigment.

Een andere publicatie An Atlas of Rare & Familiar Colouuitgegeven door The Harvard Art Museum bleek ook uitverkocht. Maar mijn Amerikaanse contact (opmerkelijk genoeg tot dan toe niet op de hoogte van mijn huidige pigmentenavontuur) spoorde nog een exemplaar voor me op. Dat kreeg ik vorige week van ze opgestuurd. Ook dit boek met een enorme hoeveelheid foto's uit de collectie van meer dan 3000 pigmenten. In de inleiding beschrijft Victoria Finlay, die eerder een heerlijk boek publiceerde over haar zoektocht naar kleur, hoe het is om zo'n mooie collectie te mogen bezoeken:

Last month I visited the 1707 Marsh' Library in Dublin. The books were protected by glass but even reading the titles you could be drawn into infinite worlds of imagination. Nineteenth century explorations down the Niger and to the Pacific Islands; the first editions of the novelist Charles Dickens and the satirist Jonathan Swift ...; a pharmacopoeia; books of plants and spells and stars. The titles and the cracked, worn leather of the bindings had the power to transport the visitor instantly to the worlds created and narrated by men and women of the past.

The Forbes Pigment Collection is similar. The bottles and flasks are like the spine of books that most of us cannot ever open. Yet it is enough to stand in front of them for a moment of gaze, or even see them from a distance from a gallery far below (next time I go to the Harvard Art Museums, even if I don't have another invitation backstage, I'm bringing binoculars) or see the stunning pictures in this very book to be transported instantly into a different shimmering place.

Het is beslist de moeite waard de linkjes naar de genoemde boeken te openen, zelfs door de daar zichtbare foto's kun je al iets gewaarworden van de magische werking van kleurige stoffen in flesjes, buisjes en potjes.